Van de leerlingen

Van de leerlingen van groep 6B-7A


In het kader van hoogbegaafdheid worden er in de klas regelmatig hogere denkvragen gesteld. Hieronder een greep uit de vragen en antwoorden:

Wat is de overeenkomst tussen een bal en een auto?
Victor: Ze worden allebei goed verkocht.
Joanne: In allebei de woorden zit een a.
Talitha: Ze kunnen allebei door iemand bewegen.

Wat gebeurt er als een leeuw geen gebit meer zou hebben?
Rebekka: De leeuw sterft uit.
Dave: Ik ga ermee vechten, uitdagen en aan z'n staart trekken.

Wat is de overeenkomst tussen een tank en een rolschaats?
Damaris: Je kan er met allebei harder mee dan 10 km.
Lianne: Ze kunnen allebei snel.
Rhodé: Er kan bij allebei wat in en de eerste letters van tank zitten ook in rolschaats.

Het antwoord is prikkeldraad. Verzin eens een aantal vragen waarbij dit het antwoord is.
Tessa: Zij heeft een rebus met plaatjes gemaakt.
Lianne: Je zegt au als je het voelt; je kan het om je heen doen als je je niet veilig voelt.
Rebekka: Wat gebeurt er als je een egel met een slang kruist; als je het omdraait, staat er daardlekkirp; wat heb je nodig om van een vis een stekelbaars te maken?
Laurens: Hoe kun je vrouwen op afstand houden?
Noa Boer: Wat krijg je als je een egel en een touwtje kruist?
Joanne: Het heeft teveel prikkels om het draad te noemen; hij heeft altijd veel last van prikkels.
Rhodé: Elke letter een cijfer van het alfabet. Welk woord staat er dan?

Hoe kun je bagage meenemen zonder tas of koffer?
Lianne: Niet op vakantie gaan; de koffer van de meester meenemen; alle kleren aantrekken.
Anne Hilde: Op een bed met wieltjes gaan liggen en zo ook alle spullen meenemen.
Noa Boer: Heel vaak heen en weer lopen (van Nederland naar ....)
Benjamin: Een pakezel; zwemmen met alles op je rug.
Sigaliya: Ik neem m'n fiets mee en stop alles in de fietsmand.
?: Een robot alles laten doen.
Vera: Alles bij anderen dumpen.
Jochem: Zelf dragen met een aanhanger.
Noa Knape: Een shirt pakken, mouwen aan elkaar binden en daar je spullen in doen en aan de onderkant dicht maken.

Wat als een bal 25x zo zwaar zou zijn?
Laurent: Dan zou je voet breken als je er tegenaan trapt.
Talitha: Als je een kopbal zou geven, heb je meteen barstende hoofdpijn.
Tessa: Ik zou hem leeg laten lopen, of minder lucht erin doen.
Lucas: Dan moet je het niet kopen; dan doen je tenen erg pijn.
Jilles: Dan zou ik 25x zo sterk in m'n voeten moeten zijn.
Damaris: Dan zou de dokter meer klanten krijgen; de pleisters zouden uitverkocht zijn.
Niek: Als hij voor een auto zou komen, zou de auto over de kop slaan.
Jorrit: Als je hondje er een trap mee zou krijgen, vliegtie gelijk naar Tokio.